Sluit aan bij een bestaand ritme, daar zie je gebruik écht gebeuren.
Vul aan + definieer succes vóór de bouw.
Vraag het aan wie het gaat gebruiken zélf, niet via een manager of tussenpersoon.
Overleg, klantcontact, rapportage aan de leiding, wie kijkt mee?
Concreet: welk moment in de week wordt nu beter?
Voorbeeld: welke producten dragen het minst bij aan de winst?
Vertaal elke vraag naar één meetbaar getal of trend.
Per rij: welke gegevens zijn nodig om tot dat antwoord te komen?
De mensen die de data kennen én die het werk kennen, niet alleen techniek.
Bruikbaar = vindbaar, juist, met toegang voor wie het nodig heeft.
Regelgeving, beveiliging, software, pionieren toegestaan?
Sluit terug aan op de succescriteria uit fase Vertaal.
Wat is de beste vorm voor wie het gebruikt?
Standaard rapportageplek, of een aparte plek?
Eigenaarschap, demo, training, documentatie, onderhoud, wie doet wat, wanneer?